Beknopte weergave studie Kempisch hoen (Campine)

  • Advertentie

Beknopte weergave studie Kempisch hoen (Campine)

Berichtdoor Pelleke op 01 Apr 2010, 06:59

Nieuw (beknopt) onderzoeks resultaat. Vrij vertaalt.

Chaamse pel heet nu wel zo maar is deze naam goed gefundeerd, neen het zou zeker veel beter en reeeler zijn dat ze Kempisch (Campine) hoen zou heten!!! Eventueel aangevuld als Chaams type, en een Braekels type.

Volgens een recent en zeer gedegen diepgaand onderzoek zou de Chaamse kip, dus Kempisch Hoen moeten heten, waarom!!.

(Dit is bestaande literatuur,
Omstreeks 1850 en al veel eerder kende men in de Kempen enkel (“Kaamse kieppen”); en “Bredase Kraaikoppen”. Dit citaat schrijft de Chaamse hoenderklub in een artikel welke niet kan kloppen omdat de dieren pas na 1900 zijn beschreven als eigen soort. Volgend stukje is uit 1937, B.v. In de buurt van Gelik tot Helmond zag ík in 5 dorpen nog mooie Kaamse hoenders ( goud-en zilverpel). De boeren konden er niet van scheiden en leverden hun eieren dan maar aan particulieren en niet aan de Coöperaties.)

Totdat Belgie zelfstandig werd in 1830. Waren we dus eigenlijk 1 land tot ongeveer die periode werden kippen (rassen) meestal vernoemt naar streek of provincie alhier in de lage landen, vanaf ongeveer 1850 werden “nieuwe” kippensoorten meestal vernoemd naar de plaats waar ze veel voorkwamen omdat de soort daar succesvol waren gebleken, of het eerst gekweekt werden door belangrijke en invloedrijke mensen zoals geestelijken en notabelen, verspreiding gebeurde dan vanzelf.
In Belgie wat toen ontstaan was noemde men deze pel de Hoogstraatse pel, welke identiek was aan de toen Campines genoemde kiep, maar de historie lag natuurlijk al heel lang voor deze periode zoals we wellicht weten uit de historie.

De Kempen, dat waren de arme zandgronden tussen Antwerpen en de Limburgse Maas cq Eindhoven, een groot gebied waarin nog geen enkele stad was ontstaan (later werd Turnhout de eerste stad), deze streek welke beheerd werd door de Monniken op abdijen (norbertijnen of witheren), men wijst ook naar deze Abdisten als DE kwekers van deze prachtige pellen, welke ook nog wel eens Bredasche kapoenen werden genoemd (niet in de laatste plaats omdat de Oranjes hier wel connecties hadden), deze naam zal dus ook wel verkeerd gebruikt zijn. Pas in 1911 werd het een raskip met de naam Chaams hoen, dus daarvoor werd deze hoen toch anders genoemd en ook verward is dit terug te vinden, met namen zoals bredase kapoenen waarvan niemand kan zeggen welke dieren het waren.

Het Chaams hoen is van herkomst een Campine hoen wordt vermeldt in de ontstaans geschiedenis van het Chaams hoen!! Er staat ook een afbeelding bij van Campines uit 1918. De naam Chaam is afgeleid van de Keltische stam "Cambo" hier zitten dus duidelijk wel overeenkomsten in en is dus een naam die heel vlug kan veranderen onder de lokale bevolking.
Campine of Campinia is een latijns woord voor een streek van velden en het woord Kempen is daarvan dus afkomstig. Er bestaat ook een Brabantse boerenkriel en die heeft best wel kenmerken van het Kempisch hoen.
Beide soorten worden ook in de USA en Australie gekweekt misschien dat zich daar nog de “echte hoenders” zich bevinden, iets dergelijks is ook gebeurt met het Brabants trekpaard welke door emigranten meegenomen was naar o.a. Canada en welke zo’n 15 jaar geleden aldaar terug ontdekt is en vrij massaal teruggehaald is.

Leuke anecdote of toch iets meer?
Norbertijnen werden ook witheren genoemd waarom? Nu het woord zegt het al heren in witte abijt is dit geen geweldige overeenkomst met het Kempisch hoen, die rond scharrelt op de hoeve van de norbertijn welke de akker bewerkt aldaar. Het monastieke leven bevat eveneens een boeiende economische geschiedenis gekenmerkt door een enorm landbezit, talloze hoeves en boerderijen waarvan de opbrengsten voor een grote welvaart zorgde, waaronder de vele eieren van de goed legse Kempische hoenen, en het vlees der Kapoenen, deze opbrengsten waren beter als van dat ene koetje of varkentje en was ook makkelijker in vermeerderen, voedsel kregen ze niet veel extra er werd zoveel gescharreld dat er haast niets werd bijgevoerd.

Resume; de naam van dit fraai hoen zou dus gezien de geschiedenis Kempisch Hoen moeten zijn en heeft in tegenstelling tot de huidige kunde eigenlijk niet zo heel veel met Chaam te maken net zoals met Hoogstraten etc. Enige aanpassing is dat dit hoen waarschijnlijk het langste heeft stand gehouden in de omgeving van Chaam, omdat dit dicht bij Breda lag.

De Braekel of Brakel is een van de oudere Europese kippenrassen. De geschiedenis gaat terug tot 1416; uit dat jaar dateert een document waarin de Braekel wordt vermeld als succesvol ras uit de omgeving van Brakel in België. In het verleden werden er twee typen erkend: het grote type dat voorkwam in het rijke kleigebied van Vlaanderen en een licht type uit het kleiner vruchtbare gebied rond de Kempen. Ten gevolge van inkruisen van de verschillende typen verdween dit verschil en resulteerde in een enkel rastype.

History of the Braekel
Contributed by the Speciaalclub voor het Brakelhoen
With pride we can say that the "Brakel Hen" is the oldest Flemish, largest layer that still exists today. The "Ardennes Hen" has the honour to be the oldest Belgian (Walloon) breed.
One hundred years ago you could find the Brakel on every smallholding. This is why the breed was also known as the "Farmyard Hen." Other names for the breed were "The Everyday Layer," "The Grey White Neck" and "The Nuns Hen." They were admired by the people who kept them because they laid well and provided a good table bird, the meat having a slight game flavour. It is around the yard and fields, looking for worms, insects, seed and greens. In this way the breed became hardy and only the strongest, the quickest and the healthiest ones survived. A basic natural selection took place, creating a strong breed resistant to all climates.
In 1898, in the village of Nederbrakel, the first Society for Brakels was formed. The name "Brakel" is without any doubt, derived of the name of the villages Op- and Nederbrakel. Within the triangle area of Ninove, Geraadsbergen and Oudenaarde, the Brakel was bred intensely and the birds and eggs were sold at the local markets. Because there were so many birds being bred, the looks of them varied greatly. Some had a horseshoe sign in the feathers while others had a straight band sign, which is still demanded in today's standard. Due to the breed having so many looks, the different areas which bred them, also gave different names to the breed. For example: "La Poule dÕHernies," "Het Hoen van Ronse". . . . In the village of Chaam, in the Netherlands, another variety of the Brakel -- one with orange eyes -- was found. In other parts of the country people tried to change the typical layer, which the Brakel is, into a meat producing chicken. In the end there were so many varieties called "Brakel" that none of them met the Standard, which was created in 1899.
The first World War caused the population of Brakels to reduce by a large amount, due to the breed ending up as Sunday Roast . . .
The small rebirth of the breed after the war was swept away by The Second World War. A new fact was also the introduction of new varieties of layers coming from abroad. After the war the success of the breed was limited and infrequent. In 1968, the Brakel was scarce and time was running out for the breed. An old Flemish breed s at the point of extinction. In 1971, the club was formed to save the breed.



Ook in Australie en andere landen worden nog steeds dieren gekweekt als Campines en men geeft daar als herkomst belgie op. De hieronder vermelde site is zeer interessant.
http://www.google.be/search?q=campines& ... =firefox-a


De afbeelding hieronder is uit 1902, is afkomstig uit Engeland.




Geschiedenis van het ras
Ooit zijn deze hoenders gecreëerd en verder geperfectioneerd als vleeshoen om aan de steeds grotere vraag naar een malse bout te kunnen voldoen, met name voor de stad Amsterdam. Om te kunnen concurreren met andere vleesrassen is bij de ontwikkeling van dit ras ook veel aandacht besteed aan goede legeigenschappen. Het resultaat is een prachtig en zeer gehard vleesras met prima nuteigenschappen. De aard van dit ras is bijzonder rustig. Broedsheid komt nog wel eens voor en het zijn goede moeders. De hanenkuikens zijn lichter van kleur dan de hennenkuikens, zodat er ook sprake is van scheikuikenfok.
Mesthoenderrassen zijn al bekend sinds ca. 1550. Een voorbeeld daarvan is de Isechemse koekoek, een voor die tijd machtig vleeshoen met rozenkam. Totdat rond 1850 Indische Brahma’s, Cochins en Langshans werden ingekruist, werden de hanen van de vleeshoenders gekapoeneerd om een fijne malse bout te verkrijgen. Daarna vond het kapoeneren nog maar op beperkte schaal plaats.
In veel landen werden vleeshoenders gefokt naar eigen specifieke eisen. In Frankrijk fokte men de Faverolle uit de Houdan, in Engeland de Sussex uit de Dorking en de Belgen fokten uit de locale mesthoenders en de Sjanghai, Cochin en de Brahma rond 1850 het Brusselse kieken waaruit rond 1875 weer het Mechelse hoen ontstond, een vleeshoen met name voor de steden Brussel en Antwerpen.
Het Noord-Hollandse hoen is ontstaan uit de behoefte aan zware snelgroeiend slachthoenders met een zware bout en borstfilet van mals wit vlees. Voor dit doel werden rond Purmerend uit de locale hoenders de zwaardere dieren geselecteerd. Ze werden met grote hoeveelheden gehouden in vrij kleine en slecht geconditioneerde vochtige stallen.
Het Mechelse hoenderras uit België in koekoekkleur voldeed veel beter aan de gestelde kwaliteitseisen, maar was helaas ongeschikt voor de niet zelden barre Noord-Hollandse leefomstandigheden. De Mechelse hanen en hennen werden in het land van herkomst gescheiden gemest met een mengsel van boekweitbloem en ondermelk in houten kooien met lattenrooster in vrij goed geconditioneerde stallen.
Door kruising van het Mechelse hoen met lokale hoenders heeft men rond 1920 een ras gecreëerd dat beter geschikt was voor de Noord-Hollandse omstandigheden, het Blauwbezaans of Zaanse hoen. Later veranderde de naam in Noord-Hollandse Blauwen en nu is de officiële benaming het Noord-Hollandse hoen. Deze dieren werden in 12 tot 13 weken gemest tot piepkuikens van 1,5 tot 2 kg.
Rassen met goede legeigenschappen en een goede bout waren toen heel populair waartoe men door kruisingen met de Plymouth Rock ook de legeigenschappen van dit ras heeft verbeterd. Het gewicht van het Noord-Hollandse hoen is iets geringer dan het Mechelse, de matige voetbevedering van het Mechelse hoen is geheel weggefokt en het type is wat gewijzigd. Maar de uitstekende vleeseigenschappen zijn gebleven en die zijn nog steeds de basis voor het vereiste type en bouw.
Het is voor de hand liggend, dat er tijdens het ontstaan van de Noord-Hollandse hoenders nog veel spreiding in type en tekening was. Maar door goede voorlichting werd steeds meer eenheid bereikt. De Noord-Hollandse Blauwenclub van Nederland stelde een rasbeschrijving op, die in de vergadering van 18 februari 1934 te Purmerend werd vastgesteld. Deze rasbeschrijving werd, behoudens enkele gewenste wijzigingen, overgenomen in de vijfdelige NHB-DV standaard van 1950. Aan het bereiken van meer eenheid zal ongetwijfeld ook de standaardtekening van Van Gink een belangrijke bijdrage hebben geleverd.
Vanaf de jaren vijftig werden steeds betere resultaten geboekt met productiehybriden ( kruizingen van meerder rassen) en werden zowel de vlees als nutrassen door deze hybriden verdrongen. Ook de Noord-Hollandse hoenders ontkwamen niet aan dit lot en werden vervangen door hybride- vleeskuikens, die in minder dan de helft van de tijd, in vijf á zes weken hetzelfde slachtgewicht bereiken.
Gelukkig is het Noord-Hollandshoen door sportfokkers behouden gebleven en is de populariteit nog steeds stijgende bij zowel de groten als bij de krielen. Door het zware vleeshoen type en de bijzondere koekoekkleur zullen ze op tentoonstellingen niet gauw over het hoofd gezien worden. Fokkers die starten met Noord-Hollandse hoenders of de Noord-Hollandse krielen blijven vanwege de rustige en vertrouwde aard van de dieren het ras meestal trouw voor het leven.
Het ontstaan van de Noord-Hollandse hoenkrielen
Voor de ontstaansgeschiedenis van de Noord-Hollandse hoenkrielen moeten we nog even bij de groten blijven en een rondje Duitsland maken. Met de Noord-Hollandse hoenders heeft men namelijk in Duitsland weer het zelfde gedaan als wij indertijd met het Mechelse hoen. In het gebied langs de Rijn, voordat die Nederland binnenstroomt, creëerde de Duitsers rond 1940 ook weer een streekgebonden vleeshoen, het Nederrijnse hoen. Hiervoor kruiste men Noord-Hollandse hoenders met plaatselijke hoenders en tenslotte ook nog met de Mechelse koekoek en de Plymouth Rock. De Niederrheiner lijkt zoveel op het Noord-Hollandse hoen, dat dit ras in Nederland niet in de kleurslag koekoek erkend is. De Duitsers hebben ook omstreeks 1950 een Nederrijnse kriel gecreëerd. Deze krielen zijn door keurmeester mevrouw Banning-Vogelpoel naar Nederland gehaald en rond 1960 met name door de onlangs gestorven oud-voorzitter van de NHC, dhr. Meijer aangepast aan de Nederlandse eisen van een Noord-Hollandse kriel. De Nederrijnse kriel lijkt zoveel op de Noord-Hollandse hoenkriel dat ook die in Nederland niet in de kleurslag koekoek is erkend. Het is daarom verwonderlijk dat voor die geringe aanpassingen zoveel krielrassen zijn gebruikt om de Nederrijnse kriel bij te schaven tot Hoord-Hollandse hoenkriel. Ingekruist werden maar liefst de Plymouth Rockkriel, Wyandottekriel, Sussexkriel en de Maranskriel. Voor die laatste gebruikte men het Engelse type zonder voetbevedering.

Resultaat: het Chaams hoen en het Braekels hoen zijn bekend sinds ongeveer de eeuw wisseling van 1900 en niet van daarvoor zoals dikwijls wordt gesuggereerd al dan niet met goede bijbedoelingen. Beter zou het zijn gezien de geschiedenis om de deze hoenders Campines te noemen met eventueel een varieteit Chaamse en een varieteit Brakelse hoenders, al zitten daar alleen maar fragmetarische verschillen tussen welke voor een leek eigenlijk niet te zien zijn, dus houden we elkaar voor de gek!! Er is iemand in vlaanderen die weet hoe je met braekelse hoenders kunt kweken om er een oranje oog in te krijgen zoals dat een kenmerk van de chaamse hoenders zou zijn, dus toch niet dan, op internet is dit ook weer terug te vinden hoe dat in zijn werk is gegaan. Dus beide clubs hebben in hun vaandal dat de dieren al bekend waren in 1410 om een mooi rond getal te gebruiken maar dit waren echt toch geen hoenders van een van beide “soorten” maar Campines welke ik vrij vertaald heb naar Kempisch hoen.
Een ander voorbeeld zijn de Seramas welke momenteel erg in de picture staan al dan niet terecht, deze komen uit Maleisie welke in zuid-oost Azie is gelegen dus ver van ons bed, daar zijn nu verschillende typen van, een Amerikaans type en een Maleisies type dit is veel eerlijker dan deze zoals bij bovenvermelde hoenders verschillende namen te geven welke beiden afwijken van de oorsprong.
Ik weet dat een en ander nog veel zal bewegen maar laten we in deze moderne tijd niet voor eigen belang gaan maar in het algemeen denken en de historie respecteren. Oude geschriften worden vertaald naar eigen dunken zoals b.v. bij de braekels is gebeurd men sprak toen over een hoendersoort die veelal voor kwam in de buurt van nederbrakel, zo iets dergerlijks is ook terug te vinden bij de huidige chaamse hoendersklub, eigen belang of niet de dieren zijn het echt waard om verder te evolueren zoals met alles gebeurd.

Getekent,

John Sauber,
Swampside drive 162

Vrije Universiteit der Natuurwetenschap te Lille
Departement Poultry.

Studiejaar 2009 - 2010
Gebruikers-avatar
Pelleke
 
Berichten: 22
Geregistreerd: 18 Dec 2009, 22:22

Re: Beknopte weergave studie Kempisch hoen (Campine)

Berichtdoor brendavanopstal op 01 Apr 2010, 19:22

ik had het al van een chaamse fokker toegestuurd gekregen,de goeie man moet toch beter zijn huiswerk maken!
Zet de chaamse en de brakel naast elkaar en zie 2 verschillende dieren,en niet alleen de ogen!
En dat hij iemand weet die brakels met oranje ogen kan fokken...zit je altijd nog met het type enz.Zelfs de structuur van het vlees is anders.
Probeer maar eens een chaamse te kruisen met een brakel,en zie donkere,zwarte,ogen.Doe dit enkele generaties en de ogen BLIJVEN te donker.
De houding ,kam,ogen,vleesstructuur,karakter enz.allemaal anders.Ik heb de dieren naast elkaar zitten en hij waarschijnlijk niet...

Dat de monniken deze dieren hadden,daar is iedereen het over eens.Daar zijn beschrijvingen van van rond 1200.
En dat verschillende abdijen deze dieren uitwisselde zijn ook beschrijvingen van,bedrijvig volkje die monniken.
Dat dit zeer sporadisch was in het ,,begin"kwam omdat de abdijen relatief ver uit elkaar lagen,gezien het tijdsbeeld.
En later was er helemaal geen uitwisseling omdat men de dieren toch al bezat.Toen is men ,,intern"gaan selecteren
met het bekende gevolg.
En dat men pas rond 1850 de hoenders een naam gaf is kul gezien de schriften die er WEL zijn.

De hoogstraatse pel heb ik al over het ontstaan geschreven:was duidelijk GEEN campine,maar een kruising van de chaamse en Am.leghorn wit.
Met de stelling dat het ,,chaams hoen"het langst in de Baronie van Breda heeft stand gehouden,ben ik het eens.Maar niet dat de campine(hennenbevedering bij de hanen)chaamse en de brakel eigenlijk een hoen is...


Overigens,het stuk wat hij citeerd is van Houwink!
Ook over de vleesrassen ,,goochelt" deze mijnheer wel een beetje met de jaartallen mi.
De noordhollandse blauwe is een relatief jong ras!
Chaomse kiep zilver, Braekel zilver, Waasse kriel, Mechelse herders stamboom politiehonden, Belgische Pietrain varkens (de lekkerste!), inheemse tuin......DUCATI! http://www.hondentrainingkruisland.nl
brendavanopstal
 
Berichten: 558
Geregistreerd: 28 Okt 2009, 15:33
Woonplaats: kruisland,brabant

Re: Beknopte weergave studie Kempisch hoen (Campine)

Berichtdoor Maarten Jacobs op 16 Jun 2014, 19:30

Wie toch nog geïnteresseerd zou zijn in een echte studie over de Campine, ga naar http://silvercampines.tumblr.com/.
Maarten Jacobs
 
Berichten: 1
Geregistreerd: 15 Jun 2014, 20:48


Terug naar Chaams hoen

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast