Ongeveer honderd jaar geleden importeerden Noord-Hollandse schapenhouders enkele Britse rammen om de Texelaar te verbeteren. Veeverbetering, een puur economisch argument dus. De gebruikte rassen, vooral de Lincoln en de Wensleydale, bleven enkele jaren, bewezen hun diensten en verdwenen weer van de Noord-Hollandse schapenfokbedrijven. De Texelaar was verbeterd en dat was precies de bedoeling. Buitenlandse schapenrassen importeren is dus niet iets van deze tijd. Maar er is wel een groot verschil met vroeger. Economische argumenten spelen tegenwoordig nauwelijks meer een rol. Schapenliefhebbers willen een bijzonder ras, een ras dat een ander niet heeft.